BTW naar 21 %

De overheid heft omzetbelasting op de levering van producten of diensten. Dit wordt ook wel `belasting op toegevoegde waarde` genoemd, oftewel BTW.

Het BTW-stelsel is gebaseerd op Europese richtlijnen. De ondernemer draagt de BTW af aan de Belastingdienst, maar uiteindelijk wordt de BTW betaald door de consument.

BTW in Nederland: tarieven

Nederland kent de volgende tarieven:

  • hoog tarief van 19%
  • laag tarief van 6%
  • 0%-tarief of vrijgesteld (dit is niet hetzelfde, maar voor dit artikel niet van belang).
  • Op de meeste producten en diensten wordt het hoge tarief van 19% geheven. Voor bepaalde categorieën geldt het lage tarief van 6%, zoals bijvoorbeeld voor de meeste levensmiddelen.


    BTW tarieven Europa

    Hoewel het BTW-stelsel is gebaseerd op Europese richtlijnen, lopen de tarieven binnen Europa behoorlijk uiteen. Luxemburg heeft het laagste hoge tarief van Europa, namelijk 15%. Hongarije heeft het hoogste hoge tarief van Europa, namelijk 27%! Tussen het laagste hoge tarief en het hoogste hoge tarief zit maar liefst een verschil van 12%.

    BTW in Nederland naar 21 %

    Op dit moment staat Nederland op de vijfde plaats in de lijst van het laagste hoge BTW tarief van Europa, dat is dus gunstig. Maar dat gaat per 1 oktober 2012 veranderen, dan wordt het hoge BTW tarief in Nederland verhoogd naar 21%! Voor Nederland is dit een recordniveau. Het Nederlandse hoge tarief bedroeg oorspronkelijk 12% en is in de loop der jaren gestegen tot 20%, waarna het tarief is gedaald naar 17,5% om vervolgens weer te stijgen. De BTW is de afgelopen jaren de grootste melkkoe van de overheid geworden.

    BTW berekenen: 19 % of 21 %?

    Rondom de invoeringsdatum van 1 oktober 2012 rijst natuurlijk de vraag, wanneer er nog 19% in rekening mag worden gebracht, en wanneer 21%. Als hoofdregel geldt dat het moment van presteren bepalend is. Het moment waarop de factuur wordt uitgereikt, is niet van belang. Dit betekent het volgende:

    • Als de leveringen en diensten zijn verricht vóór 1 oktober 2012, dan geldt het tarief van 19%, ook als er pas na 1 oktober 2012 wordt gefactureerd. Voorbeeld: een ondernemer levert op 25 september 2012 een bed af bij een particulier en stuurt hem op 4 oktober 2012 de factuur. De levering is belast met 19% BTW, omdat er vóór 1 oktober 2012 is geleverd.
    • Als de leveringen en diensten zijn verricht op of na 1 oktober 2012, dan geldt het tarief van 21%, ook als er vóór 1 oktober 2012 is gefactureerd met een tarief van 19%. Er moet dan dus alsnog 2% BTW worden bijbetaald. Dit geldt ook als er vóór 1 oktober 2012 (voorschot)facturen zijn uitgereikt waarop 19% BTW is berekend. Voorbeeld: een particulier bestelt op 14 augustus 2012 een nieuwe auto en hij betaalt de aankoopprijs vóór 1 oktober 2012. Op 2 oktober 2012 wordt de auto geleverd. De koper is dan 21% BTW verschuldigd!

    Om te voorkomen dat ondernemers aanvullende facturen moeten uitreiken voor de tariefverhoging van 2%, mogen ondernemers voor prestaties die worden verrichten vanaf 1 oktober 2012 al vóór 1 oktober 2012 factureren met 21% BTW.

    Bij doorlopende prestaties kan de afrekenperiode worden gesplitst. Voor de periode tot 1 oktober geldt dan het tarief van 19% en de periode met ingang van 1 oktober het 21% tarief. Het moet dan gaan om herhalende leveringen en diensten op basis van een doorlopende overeenkomst zoals leveringen van gas, water en elektriciteit en abonnementen op tijdschriften etc.


    BTW-verhoging nieuwbouw

    Als het om grote bedragen gaat, kan de BTW verhoging behoorlijk in de papieren lopen. Te denken valt bijvoorbeeld aan nieuwbouwwoningen. Nieuwbouwwoningen worden met BTW opgeleverd. Voor nieuwbouwwoningen geldt een speciale overgangsregeling. Mensen die vóór 27 april 2012 een contract tekenden voor een nieuwbouwwoning, waarvan de oplevering na 1 oktober 2012 is, houden in principe recht op het tarief van 19%.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS